U bevindt zich op de
Uw land
FacebookTwitterYoutubepinterestRss

 

Het Jaar Van Het Stripverhaal

  


© Service des relations extérieures de Tournai

Jaar van het stripverhaal in Wallonië
Wallonië stripverhaal 2009

Ieder jaar kiest Wallonië een thema dat als kapstok dient voor een reeks toeristische activiteiten en evenementen. In 2009 staat het stripverhaal in de schijnwerpers. Geen ongewone keuze, want Wallonië stond mee aan de wieg van de negende kunst ().

 


Namen zoals Hergé, Peyo, Franquin en Morris zijn onlosmakelijk verbonden met Kuifje en Bobbie, de Smurfen, Guust Flater, Lucky Luke... Samen met hun collega's hebben zij een culturele revolutie teweeggebracht en het stripverhaal een Europees succes bezorgd.

Ook vandaag nog vervolgt het Franstalige Belgische beeldverhaal zijn weg. Verschillende steden hebben stripscholen en in de voetsporen van de reuzen van de negende kunst verkennen jonge dynamische tekenaars nieuwe wegen.


Overal in Wallonië, en ook in de Echte Ardennen, zijn huldeblijken opgericht voor onze striptekenaars. Zoals in de parochiekerk van Corbion-sur-Semois, waar een fresco (MUURSCHILDERING VAN JIJÉ (CORBION)) eraan herinnert dat de jonge Joseph Gillain (Jijé) al veel talent had of in Florenville, waar een bronzen Bosliefje (JC Servais) de bezoeker verwelkomt in Het Land Van Gaume.

 

Het Ardense erfgoed verheerlijkt

De kunstenaars gebruikten van oudsher hun omgeving in de decors die zij tekenden. Soms zijn de verhalen gebaseerd op de geschiedenis van een streek. Bastogne en Bouillon zijn daar voorbeelden van. En terwijl Francorchamps in de avonturen van Michel Vaillant echter dan echt is, wordt elders het onstoffelijke erfgoed gevaloriseerd (Museum van het racecircuit van Spa-Francorchamps (STAVELOT)). Lijken de Joyeux Turlurons die Kuifje en Hergé na aan het hart lagen niet sterk op de folkloristische Blancs Moussis van Stavelot ( (STAVELOT)) en de Chinels van Fosses-la-Ville ( (FOSSES-LA-VILLE))? Het masker, sterk verankerd in de Waalse traditie, kan ook een dreigender karakter krijgen, zoals bij Comès en Servais. Bij Hausman vertelt het over de diepe Ardennen, een vruchtbare bodem voor de fantasie. Zonder de ruïnes van Montaigle (Ruïnes en museum van het versterkt kasteel van Montaigle (FALAEN)) en van Kasteel Reinhardstein, de Metternichburcht (ROBERTVILLE) hadden Johan en Pirrewiet (Peyo) en De torens van Schemerwoude (Hermann) misschien niet bestaan, en zonder Cheratte, zijn dorp op de hoogten van Luik, was het werk van Walthéry er misschien nooit gekomen.


Door de link te leggen tussen de verbeeldingswereld van een streek en hun talrijke lezers, zijn de stripmakers ambassadeurs geworden en is hun oeuvre een integraal onderdeel geworden van het Ardense erfgoed.

Verschillende musea en attracties in de Echte Ardennen besteden dit jaar speciaal aandacht aan het stripverhaal, zoals het GAUMEMUSEUM (VIRTON), het Gemeentemuseum van Herstal (HERSTAL), het Gemeentemuseum van Hoei (HUY), het Natuurpark Chlorophylle (DOCHAMPS) of het MUSEUM VAN DE INTERNATIONALE PADVINDERIJ (BONNERT). Ook worden heel wat speciale evenementen georganiseerd.


De belangrijkste evenementen en de volledige agenda vindt u op de website Wallonië Stripverhaal 2010. U kunt er ook de brochure van het themajaar bestellen of downloaden.