U bevindt zich op de
Uw land
FacebookTwitterYoutubepinterestRss

 

Bierproeven

 

Alvorens met het proeven van bier wordt gestart, zijn twee zaken belangrijk. Allereerst de temperatuur waarop het bier wordt geserveerd.
Een te lage temperatuur breekt de aroma's af
; een speciaal bier mag niet te koud worden gedronken en dat in tegenstelling tot een zogenaamd biertje tegen de dorst, of pils.

Ook het bierglas verdient veel aandacht.. Wanneer men bier proeft, is de vorm en de diepte van het glas zeer belangrijk voor het aroma.

Bij het proeven komen drie zintuigen aan bod. In de juiste volgorde zijn dat het gezichtsvermogen, de geur en de smaak. Ook het gehoor kan een rol spelen (het openen van de fles, bier dat wordt uitgeschonken, de schuimbelletjes die uiteenspatten en die men hoort als men het oor naar het glas brengt).

Als men bier bekijkt moet er op de volgende zaken worden gelet: het schuim moet aan de wand van het glas kleven, de schuimbelletjes moeten klein en regelmatig zijn en tenslotte moet de kleur helder zijn, met uitzondering van soorten op gist, zoals wit bier bijvoorbeeld.

Op het gebied van geur heeft bier meer dan 650 aromatische samenstellingen, maar eerst moet worden geroken zonder het glas te bewegen, om de dominante geur op te snuiven. Vervolgens kan het bier in het glas worden rondgedraaid, zodat de secondaire aroma's vrijkomen.

Wat ten slotte de smaak betreft is de eerste stap een vergelijking maken tussen de smaak van het schuim en de vloeistof zelf. In de mond zijn de eerste basissmaken die worden ontdekt de suiker op het puntje van de tong, het zuur op de zijkanten ervan en zelfs achterin de mond via de tong kan men zich ook een idee vormen van de dichtheid en de textuur van het bier. De mondholte is eveneens belangrijk ; daarmee wordt de alcohol, de looiende werking en de mousserende werking waargenomen. Na het doorslikken blijven de basissmaken, die snel of minder snel verdwijnen, op de tong achter. En op dat moment kan men ten slotte de bitterheid van het bier inschatten.